Ik reis bijna dagelijks met de trein en ik ben er gek op! Ik geniet ervan om onderweg mijn krantje, tijdschriftje, boekje te lezen, ondertussen menig hilarisch gesprek afluisterend. Verder vind ik het heerlijk dat ik ongegeneerd kan wegdommelen, zonder me druk te hoeven maken over stoplichten en flitspalen. Het zou echter 'Nogal Irritant' niet zijn als een reis per trein louter jolijt was.
Ik erger me het meest als ik weer eens per ongeluk in een stiltecoupé ben gaan zitten. Deze heeft zijn functie verloren nu het zóóóó 2010 is om nog via luidsprekers naar muziek te luisteren. Daar waagt “de jeugd van tegenwoordig” zich echt niet meer aan!
Laatst zat ik in de stiltecoupé van een intercity waar nog zo’n gezellig ouderwets koffiekarretje voorbijkomt. De koffiedame liet alvast omroepen dat ze er aan zou komen, waarop de vrouw tegenover me een beschuldigende blik naar de speaker boven haar hoofd wierp. Toen het koffiemeisje - enthousiast haar waar aanprijzend - de coupé binnenstapte, presteerde stiltecoupézeurpiet het om haar linkerwijsvinger naar haar zure, rimpelige samengeknepen lippen te brengen, terwijl ze met haar rechterwijsvinger naar de “S” van stiltecoupé gebaarde. Treinreizen; elke dag een nieuw avontuur.
Over de NS zul je mij niet snel horen klagen, maar afgelopen zondag heb ik een klein trauma opgelopen. Na een prachtige zonnige, heerlijk gemoedelijke dag in het bruisende Brussel; waar wafels rijkelijk met slagroom waren versierd, de steaks over de randen van onze borden hingen en menig goudgeel Belgisch biertje de keel streelde; kortom, na een lange, warme, veelbewogen dag begaven mijn reisgenoot en ik ons naar de internationale trein. Onderweg naar het station fantaseerden we over de zachte bank waarop we ons heerlijk zouden neervlijen, om vervolgens dromenland te verkennen – met de hoofden lieflijk leunend tegen elkaar.
De trein arriveerde, en onze droom ging in rook op. De treinreizigers hadden niet meer in elkaars “zone” kunnen staan. Mensen maakten zichtbaar vertwijfeld de afweging: wie laat ik tegen mijn achterkant, en wie tegen mijn voorkant aanschurken? Neuzen belandden in oksels, tassen op tenen. Met moeite wisten we een staanplaats met leunmogelijkheid te veroveren. Ik dacht steun te hebben gevonden bij de skailederen rugleuning van een zitplaats – het bleek het rimpelige glimmende kale hoofd van een passagier met snor, twee zonnebrillen en een importbruid.
Enkele meters buiten Antwerpen kwam de trein met horten en stoten tot stilstand. De airco viel uit, de ramen waren dichtgeschroefd – immers overbodig in een trein met airco – het kwik liep op. Kleren begonnen aan lijven te plakken, zweet parelde op voorhoofden, diverse reizigers zagen sterretjes. Na een uur sta je dan wel erg andermans adem te hergebruiken.
Momenten als deze vormen interessant voer voor sociologen, antropologen én leken. Aan de ene kant van de coupé kreeg een ouder stel zitruimte aangeboden, mocht ik het laatste slokje water opdrinken van een vriendelijke vrouw en was de in zo'n situatie altijd wel aanwezige grappenmaker op dreef. Maar net toen mijn reisgenoot opmerkte dat zo’n gedeeld schuitje verbroedert, brak aan de andere kant van de coupé – Haags gezegd – de pleuris uit.
Meneer X – die een stoel had weten te bemachtigen – ondernam de gewaagde tocht naar de wc, en meneer Y dacht het vrijgekomen plekje best even warm te mogen houden om zo de moede knietjes rust te gunnen. Niets daarvan! Familie X (vrouw, schoonzus, een stuk of vijf kinderen) schreeuwde moord en brand, de halve coupé bemoeide zich ermee. Kamp X en kamp Y meenden allebei fatsoenlijk te handelen, in tegenstelling tot de ander. Meneer X merkte de commotie op en spoedde zich met broek op de knieën en wc-papier aan de schoen terug. Meneer Y koos eieren voor zijn geld en droop af. De trein zette zich eindelijk langzaam in beweging, meneer Z trok in alle commotie aan de noodrem.
Mijn deo was uitgewerkt, mijn zorgvuldig gekapte pony plakte in slierten op mijn voorhoofd, maar ik hoefde voorlopig geen afscheid te nemen van mijn reisgenoot. Elk nadeel 'heb' dus inderdaad zijn voordeel.
© Simone Olsthoorn, 2011

Kreeg wel bijna aanval claustrofobie, maar wederom hilarisch, Simone!
BeantwoordenVerwijderenben ook net in Brussel geweest. Ben ik blij dat we de auto hebben genomen.
BeantwoordenVerwijderen