donderdag 26 mei 2011

Lingo? Bingo!

Lees Dappere Dodo's blog over deze curieuze woordenquiz en nogal irritante studiopubliek hier

zaterdag 14 mei 2011

Ik heb een mening. U toch ook? door Anne



Een vriend van ons zei onlangs: "Weet je waarom ik ieder jaar weer uitkijk naar 4 mei? Dan houdt Lies eindelijk eens twee minuten achtereen haar mond."

Op dat moment realiseerde ik me waarom ik op dit blog schrijf. Natuurlijk, het ligt zo voor de hand! Dat doe ik om mijn partner te ontzien. Want net als iedereen tegenwoordig heb ik een mening. Die ik graag uitspreek en die er natuurlijk helemaal niet toe doet. Tot twee maanden geleden moest die arme man er iedere dag weer aan geloven. Nu heeft hij rust, nu is het slechts een apparaat dat af en toe oververhit raakt. Ik ben de koning te rijk. Ik kan mijn mening ventileren, mijn grootste ergernissen en angsten poneren bij het Net, deze alomtegenwoordige virtuele psychiater, die te pas en te onpas reageert op wat ik te berde breng.

Ik lig inmiddels languit op zijn bank en visualiseer hoe hij achter mij in zijn fauteuil devoot zijn handen onder zijn kin heeft geplaatst. Hij schraapt zijn wijze keel: "ahum, waar zullen we het vandaag eens over hebben?"

"Bange politici," zeg ik zonder lang na te hoeven denken.

vrijdag 13 mei 2011

Blik op borstkanker, maar niet door 'roze' bril door Renée


Als vertaalster en kleine zelfstandige werk ik praktisch iedere dag moederziel alleen in de beslotenheid van mijn intieme kantoor, waar ik een innige relatie onderhoud met mijn iMac en het document dat ik op zeker moment aan het vertalen ben.

Ook al geniet ik van het 'eigen-baas-en-enig-personeelslid' zijn, enige vorm van sociaal contact tussen de bedrijven door vind ik wel zo prettig, al was het maar om te voorkomen dat ik uiteindelijk als wereldvreemd te boek kom te staan.

Zodoende beweeg ik me in werktijd - dat mag van de baas - op diverse social network sites, met name Twitter en Facebook. Ik twitter en post dat het een lieve lust is, daarbij deadlines niet uit het oog verliezend - dat mag niet van de baas - wat overigens niet altijd even gemakkelijk is, zeker niet als er zich net een gezellig gesprek ontvouwt.

In het algemeen vergeet ik de twitterkoetjes en dito kalfjes zodra ik me weer aan het werk heb gezet, maar laatst kwam ik een tweet tegen die is blijven hangen en de aanleiding vormt voor dit blog:

Er bestaat helemaal geen 'strijd' tegen borstkanker. Je hebt geluk als je het overleeft. Dat is de werkelijkheid (door @Boterbloemsje)

De strekking ervan is me uit het hart gegrepen. Ik kom zelf uit een familie waar diverse vormen van kanker wreed hebben toegeslagen. Mijn enige broer is overleden aan leukemie toen hij eenenveertig jaar oud was, een nichtje aan hodgkin toen ze pas zeventien was, een oom aan darmkanker op vierenvijftigjarige leeftijd en een tante aan maag- en keelkanker op haar vijfenzestigste. Verder hebben een nichtje, een schoonzusje en een tante borstkanker overleefd. Ten slotte ken ik minstens tien vrouwen van mijn generatie, niet behorend tot mijn familie, bij wie ooit borstkanker werd geconstateerd.

woensdag 11 mei 2011

DWDD = Dat Wil Dappere Dodo




De Wereld Draait Door heeft de Nipkovschijf gewonnen (gefeliciteerd!), omdat het populaire programma volgens de jury (en volgens mij) vaak aandacht, hoe kort ook, aan cultuur schenkt. Om zoiets te doen onder een regering die waarschijnlijk binnenkort kunstenaars gaat arresteren om ze wellicht in speciale hervormingskampen op te sluiten, getuigt van visie en moed. En wat is kunst anders dan visie en moed?

Natuurlijk is kunst soms volkomen onbegrijpelijk. Des te leuker dat DWDD in december 2010 Reinbert de Leeuw aan de piano het stuk 4’33” (Vier minuten, drieëndertig seconden) van John Cage liet uitvoeren. DWDD gunde De Leeuw zelfs de volle tijd voor dit werk (en dus niet de gangbare 1 minuut): ruim vier en een halve minuut gevuld met stilte. Want de pianist doet NIETS! Hij speelt geen noot!

Afgelopen maandag liet DWDD een fragment van dit stuk zien aan onder anderen de innemende Ali B. Wat een geweldige gozer. Gul glimlachend riep hij met zijn prachtige puurheid: ,,ik begrijp er niets van”. Nou, Ali, ik ook niet! Natuurlijk, je kunt veel over Cage’s werk filosoferen. Alles wat je tijdens de vierenhalve minuut in die stilte hoort vormt het stuk. Toeval (een Oosters iets) is heel belangrijk voor Cage.

Ikzelf vind toeval in kunst een welkome ondersteuning voor de amateur en iets om niet over te praten bij de professional. Maar ik ga niet naar de concertzaal om een pianist te horen zwijgen en te luisteren naar de toevallig knorrende maag van degene naast me of het astmatisch hijgen van iemand in mijn nek. Toch vind ik dat men niet het recht heeft kunstsubsidies af te schaffen, alleen maar omdat iemand een stuk schrijft dat bij sommigen overkomt als de nieuwe kleren van de keizer.

Cage zelf zei over 4’33”: ,,Ik heb niets te zeggen / en ik zeg het / en dat is poëzie / zoals ik het nodig had". Dat is voor hem en zijn volgelingen een waarheid. Als je ECHT vindt dat je het recht hebt om alles te zeggen wat je wil (zoals de PVV en VVD dat voorstaan), dan mag ook Cage dat stuk schrijven, dan mag het uitgevoerd worden en dan moet de subsidie, die nu eenmaal een voorwaarde voor de kunst is, blijven. Vrijheid is er ook voor de linkse elite!

Copyright Dappere Dodo, 2011

PS Zo dacht Hitler over Cage ;-)

dinsdag 10 mei 2011

Van verbroedering tot verloedering door Simone


Ik reis bijna dagelijks met de trein en ik ben er gek op! Ik geniet ervan om onderweg mijn krantje, tijdschriftje, boekje te lezen, ondertussen menig hilarisch gesprek afluisterend. Verder vind ik het heerlijk dat ik ongegeneerd kan wegdommelen, zonder me druk te hoeven maken over stoplichten en flitspalen. Het zou echter 'Nogal Irritant' niet zijn als een reis per trein louter jolijt was.

Ik erger me het meest als ik weer eens per ongeluk in een stiltecoupé ben gaan zitten. Deze heeft zijn functie verloren nu het zóóóó 2010 is om nog via luidsprekers naar muziek te luisteren. Daar waagt “de jeugd van tegenwoordig” zich echt niet meer aan!

Laatst zat ik in de stiltecoupé van een intercity waar nog zo’n gezellig ouderwets koffiekarretje voorbijkomt. De koffiedame liet alvast omroepen dat ze er aan zou komen, waarop de vrouw tegenover me een beschuldigende blik naar de speaker boven haar hoofd wierp. Toen het koffiemeisje - enthousiast haar waar aanprijzend - de coupé binnenstapte, presteerde stiltecoupézeurpiet het om haar linkerwijsvinger naar haar zure, rimpelige samengeknepen lippen te brengen, terwijl ze met haar rechterwijsvinger naar de “S” van stiltecoupé gebaarde. Treinreizen; elke dag een nieuw avontuur.

Over de NS zul je mij niet snel horen klagen, maar afgelopen zondag heb ik een klein trauma opgelopen. Na een prachtige zonnige, heerlijk gemoedelijke dag in het bruisende Brussel; waar wafels rijkelijk met slagroom waren versierd, de steaks over de randen van onze borden hingen en menig goudgeel Belgisch biertje de keel streelde; kortom, na een lange, warme, veelbewogen dag begaven mijn reisgenoot en ik ons naar de internationale trein. Onderweg naar het station fantaseerden we over de zachte bank waarop we ons heerlijk zouden neervlijen, om vervolgens dromenland te verkennen – met de hoofden lieflijk leunend tegen elkaar.

zondag 8 mei 2011

Mongooltje door Anne

Heel lang geleden woonde er in Den Haag een jongetje dat Lodewijk heette, of ‘Lowijk-mongg’, zoals hij zichzelf noemde. Lodewijk was een vrolijk kind, de zevende in een kinderrijk gezin, waarin hij paste als een pink aan een hand. De laatste maanden moet ik veel aan hem denken. Dat komt door de 'emancipatie' van mensen met het syndroom van Down, in gang gezet door DWDD met de soap Downistie.
Lodewijk (met hem zijn ouders) draait zich om in zijn graf. Dat deed hij al eerder toen hem de naam ‘mongool’ werd afgenomen. Mongool was plotseling een scheldnaam en dus moest er een andere naam gevonden worden. In dit verband verwijs ik naar de scheldnamen jood en homo. Zullen we de joden en homo’s ook maar anders gaan noemen? Oftewel zullen we ze hun identiteit afnemen? Zoals we dat met de mongool hebben gedaan?

Een en ander is indertijd in gang gezet door het land Mongolië, dat niet geassocieerd wilde worden met mensen die op het 21ste chromosomenpaar een chromosoompje extra hebben. Dat had te maken met rassendiscriminatie, te ingewikkeld om hier bij stil te staan. Maar waar ik wel degelijk bij stil wil blijven staan is de keuze voor de naam “het syndroom van Down”.

Wie was die meneer Down, waarnaar de mongool in het vervolg vernoemd zou worden? Een 19de eeuwse Engelse dokter, die er wilde rassentheorieën op na hield, waaronder: ‘Een feut maakt in de moederbuik de volgende ontwikkelingen door: hij begint als negroïde, verandert in mongoloïde, en is na 9 maanden uitgegroeid tot volwaardig kaukasisch (blank) mens. Als er iets in deze ontwikkeling misgaat, blijft hij steken in de minderwaardige mongoloïde fase’. 

Voilà, het mongooltje. Gekker kan je het niet bedenken.

Wat een en ander ingewikkeld maakt, is dat de term ‘mongool’ in dit verband waarschijnlijk bedacht is door dezelfde arts. Maar mongolen het label “Down” opplakken is toch echt teveel eer voor een racist.
In nagedachtenis van Lowijk-mongg en zijn ouders zal ik de mongool altijd mongool blijven noemen. Een geuzennaam.

Terug naar Downistie. Net als de nieuwe naam, fout, fout fout.

zaterdag 7 mei 2011

Verenigde Naties: 'lichtend' voorbeeld? door Renée


Deze Hagenaar (geen onderscheid m/v) heeft de gewoonte om met manlief een avondwandeling te maken. Gewoontedieren als we zijn, lopen we richting Van Boetzelaerlaan, slaan rechtsaf en vervolgen die laan tot de Willem de Zwijgerlaan, slaan linksaf de laan op, enzovoort, en nemen al lopend in de richting van de Scheveningse haven gezellig de dag door. Als we een tijdje hebben genoten van de schitterende jachten in de haven, klimmen we de steile trap op naast de Haringkoning - waar 's zomers busladingen Japanners een haring happen - en bereiken via de Doornstraat weer het Statenkwartier.

Tegen die tijd zijn we een uurtje onderweg, en is het meestal donker. We hoeven onze weg niet op de tast te vervolgen, maar worden gegidst door de behoorlijk felle lichtbundels van de nieuwe straatlantaarns die het Statenkwartier rijk is. Sinds een paar jaar hebben de zakelijke lantaarnpalen in onze wijk plaatsgemaakt voor een retromodel dat in de Efteling niet zou misstaan. Een stukje 'verantonpiecking' van de stad noem ik dat. Ze geven veel licht wat bijzonder prettig is, dat wel. Het voorkomt namelijk een lelijke val over hier en daar uitstekende stoeptegels als gevolg van achterstallig gemeentelijk onderhoud.

Ervan uitgaande dat deze retrolantaarns - ook al verwacht je een oliemannetje om ze aan te steken - zijn voorzien van ultramoderne milieuvriendelijke spaarlampen, laat ik ze verder voor wat ze zijn.

vrijdag 6 mei 2011

Stupide stoplichten door Dappere Dodo



Ik word niet snel gek. Wel word ik razendsnel razend! Bijvoorbeeld van de media en de hysterie rond het huwelijk van het Engelse Koninklijke paar. Wie zijn ze nu helemaal? Geen familie, geen vrienden, wat moet ik ermee? Maar…. ik word niet snel gek. Wel word ik razend om de minachting waarmee de PVV over buitenlanders en kunst praat. Razend om het feit dat de staatssecretaris van Cultuur niets van cultuur weet, de minister van Buitenlandse Zaken niets van het buitenland wil weten, en de minister-president niets van mensen weet. Wat weerhoudt men nog om mij bij de volgende verkiezingen te benoemen tot minister van Economische Zaken. Ik verzeker u, ik word niet gehinderd door enige vorm van kennis.

Maar…. ik laat me niet gek maken.

Wél word ik heeeleeeemaaal en compleet GEK van de stoplichten in Nederland! Ik zeg Nederland, want dergelijke waanzin tref je nergens anders. Wie is de onkundige nitwit die deze driekleurige verkeersregelaars op een dergelijk klunzige wijze heeft afgesteld?
Autogebruikers kennen de situatie vast wel:

1) Het stoplicht springt op groen (want in Den Haag is heel veel te doen, ha ha), in beide tegengestelde richtingen tegelijk.
2) Er is in elke rijrichting maar één rijbaan.
3) In beide richtingen mag je ook linksaf slaan.
4) De eerste auto (of tweede) wil linksaf slaan.
5) Dit kan niet, want er is tegemoetkomend verkeer.
6) De linksaf slaande automobilist moet wachten tot er geen verkeer van tegengestelde richting komt om door te kunnen rijden.
7) Maar de weg komt niet vrij, want het verkeer van de andere kant blijft doorstromen.
8) LINKSAF SLAANDER BLOKKEERT DUS DE WEG!
8) Er staan zeven wachtenden!!
9) Eén van die wachtenden ben ik!!!
10) Ik wordt knettergek van deze stupiditeit!!!!
11) Er komt geen verlossing: tegen de tijd dat degene die linksaf wil door kan rijden, is mijn stoplicht  weer op rood gesprongen (en IK OOK).

Kan iemand me de logica van deze afstelling uitleggen? Is het om autogebruik te ontmoedigen, om het milieu? Dan is deze oplossing zeer milieuonvriendelijk, want al die auto’s die niet door kunnen rijden en op die ene die linksaf slaat moeten wachten, laten voor niets hun motor draaien. Geen wonder dat Den Haag zo vies is!

Geen logica dus. (En nu ik toch bezig ben, wat is de logica van een spitstrook die meestal afgesloten is voor verkeer? Waarom niet de weg in al haar breedte laten gebruiken?  Gaat het om zuinigheid ((asfalt slijtage?))?  MAAR ALS ER WEINIG VERKEER IS, DAN GAAT ER TOCH NIEMAND OP DIE EXTRA LINKER STROOK RIJDEN??)

Op de meeste kruispunten met stoplichten is het probleem heel simpel op te lossen: met de klok mee elke richting separaat op groen laten springen – zoals dat in alle beschaafde landen gebeurt -  dan kan je alle kanten op ongehinderd doorrijden: rechtdoor, rechtsaf en linksaf. Natuurlijk, dan moeten de auto’s die rechtsaf willen eerst wachten tot de fietsers voorbij zijn. Maar dat is in de huidige situatie ook zo, en is bovendien op te lossen met een apart stoplicht voor de fietsers, synchroon aan dat van de voetgangers.

Dit verhaal heeft dus geen moraal, maar wel een praktische tip om een idiote situatie voor eens en voor altijd op te lossen. Bovendien ben ik door dit op te schrijven weer wat afgekoeld…totdat ik achter iemand sta die linksaf  moet… Maar ik word niet snel gek…

[gastblogger Dappere Dodo is schrijvend allochtoon]

woensdag 4 mei 2011

Herdenken, dat doe ik zo... door Renée


Als dochter van CPN-ers en geboren in het begin van de jaren vijftig, zijn de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en de afschuw voor het nazisme mij met de paplepel ingegoten. Het politieke bewustzijn was groot! Mijn ouders waren politiek zelfs zo actief dat het huishouden er danig onder leed. Het was er een, zoals men pleegt te zeggen, van Jan Steen. Ongeorganiseerd, een tikkeltje bohemien, verre van kleinburgerlijk. De enkele aspecten echter waarvoor een soort van kadaverdiscipline heerste, waren de schooltijden (dan was moeder even verlost van haar vijfkoppige kroost), de zondagse korfbalwedstrijden (daar waar de andere kinderen in de straat met missaaltje naar de kerk togen), de een mei viering in Amicitia en... de dodenherdenking.

Wat het laatstgenoemde betreft, werden vanzelfsprekend de twee minuten stilte strikt in acht genomen en met de optocht meegelopen hetzij in Ockenburgh, hetzij op de Waalsdorpervlakte in Den Haag.

In die tijd was de dodenherdenking nog volledig gericht op de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Sinds een aantal jaar staat deze dag echter in het teken van alle burger- en militaire slachtoffers, van welke oorlog dan ook, waar ook ter wereld, sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Prachtwijk door Simone Olsthoorn


Sinds een jaar of drie woon ik in de prachtige Haagse wijk Kortenbos, van oudsher een volkswijk. De volkse sfeer is niet verloren gegaan. Bij gebrek aan zon in de tuin op het noorden zitten mijn buren op klapstoeltjes voor de deur. Buurtbewoners stoppen en maken een praatje. Mensen wiens koppen hun niet aanstaan krijgen het te horen. Altijd met een lach, dat dan weer wel. De buren zoeken elkaar op om samen op elkaars balkon “een saffie” te doen. De buurman die hoogstpersoonlijk een leafblower bezit beperkt zich nooit tot zijn eigen voordeur, maar is zo vriendelijk de stoepjes naast hem ook schoon te blazen.

Hoewel ik een beetje schichtig was toen ik hier net kwam wonen (na mijn studentenhuis wilde ik niks meer te maken hebben met medebewoners), hoor ik er inmiddels helemaal bij. Van mijn buurjongetje krijg ik in de winter liefdevol een sneeuwbal in mijn nek. Als ik rokend voorbij slenter waarschuwt mijn buurman mij – met een sigaret in zijn mondhoek – dat roken dodelijk is. En toen ik onlangs al grommend en tierend mijn kapotte stofzuiger naar de berging bracht, bood mijn buurvrouw mij haar een van haar twee reservestofzuigers aan, voor de heb. Ik heb haar met maar liefst twee dozen Merci bedankt.

Kortom, ik woon in een hecht buurtje met een sterke sociale controle (“Jij houdt het hier al lang uit hè, de bewoners vóór jou waren met een half jaar pleiten!”). Ik snap dan ook niet hoe het mogelijk is dat de buurt omkomt van de hondenkak. De hond is hét huisdier in de wijk, dat wel. Mijn buurman – type breed, groot en kaal met oorbel – heeft twee kleine witte keffertjes. Mijn achterbuurmeisje heeft zo’n groot geval dat tot voor kort gemuilkorfd door het leven moest gaan. Af en toe komt er een Jack Russell langs gerend die zichzelf lijkt uit te laten. “Ja, die is van die vrouw hierachter, die is helemaal waus”, roept mijn grote, kale buurman dan hoofdschuddend naar me. Hij op de begane grond, ik op de eerste verdieping. 

dinsdag 3 mei 2011

Stille getuigen... door Renée



Daar staan ze dan, de twee stille getuigen van de ernstigste – en na bijna veertig jaar vermoedelijk laatste - huwelijkscrisis die mijn man en ik hebben beleefd. Ik word overvallen door een gevoel van nostalgie.

“Onbezonnenheid hoort bij jong zijn,” mompel ik voor me uit.

We schrijven 1982. Het is een zoele nazomerdag in Parijs en ik ben in mijn eentje in de gezellige wijk Le Marais aan het funshoppen – nee, niet op de Place des Vosges, dat laat de portemonnee niet toe – maar in een van de zijstraten die uitkomen bij het Centre Pompidou. Manlief op zijn beurt legt een bezoekje af aan het Musée Marmottan om de prachtige Claude Monets aldaar te bewonderen. ...

Lees verder op My Favourite Shoes

Social climbers, een hardnekkig slag door Renée

Heeft u ook zo’n broertje dood aan social climbers of - om een ander leenwoord te gebruiken – aan strebers? U weet wel, van die lieden die in de regel beschikken over een beperkte intelligentie maar wel boerenslim zijn. Van die mensen die gespeend zijn van echt talent - anders dan dat ze hondsbrutaal zijn – maar die op een of andere miraculeuze wijze maatschappelijk boven komen drijven; personen dus die zich op slinkse wijze binnen weten te dringen in de inner circle van voor hen relevante figuren. Ze vleien erop los, werken met hun ellebogen of kruipen in het lichaamsdeel van degene die ze nodig hebben waar het altijd donker is. En dit met als enig doel een stap of, liever nog, heel veel stappen tegelijk – hoger op de maatschappelijke ladder te geraken.

Ja, de social climber*) heeft daar heel veel voor over. Hij gaat zelfs leugens over de eigen prestaties niet uit de weg of verdoezelt handelingen die het daglicht niet helemaal – of helemaal niet – kunnen verdragen. Voor de oppervlakkige waarnemer ziet hij er volstrekt normaal uit, maar als je hem wat meer van dichtbij bekijkt, kun je zien dat hij pogingen onderneemt zich een pose aan te meten naar voorbeeld van de persoon of personen die hij voor zijn maatschappelijke progressie nodig heeft, en hij probeert zich navenant te kleden. Pogingen die meestal gedoemd zijn te mislukken, omdat hij de kapitale vergissing maakt te denken dat duur synoniem is met goede smaak.

De social climber is rücksichtlos, gaat over lijken en levert opgewekt zijn principes in – voor zover hij die heeft - als zijn doel daarmee eerder kan worden bereikt. Wis en waarachtig een hardnekkig soort. Je komt hem overal tegen: in de ambtenarij, in de wereld van kunst en cultuur, in een kantoorsituatie à la Ricky Gervais’ “The Office” en, last but not least, in de politiek.

maandag 2 mei 2011

Osama Bin Laden, een persoonlijke overpeinzing door Simone Olsthoorn




Op 13 september 2001 stelde toenmalig president Bush: “The most important thing is for us to find Osama Bin Laden. It is our number one priority and we will not rest until we find him.” Om hier op 13 maart 2002 al op terug te komen: “I don’t know where Bin Laden is. I have no idea and really don’t care. It’s not that important. It’s not our priority.”

De stemming lijkt inmiddels weer compleet omgedraaid. Bijna een decennium later is het (als het goed is, ik ben benieuwd naar de storm van complottheorieën) toch gelukt. FBI’s meest gezochte terrorist is dood en wereldleiders die eerder stelden dat Bin Laden geen prioriteit meer was, komen hier op terug. Bush jr. noemt de dood van Bin Laden een “momentous achievement”.

Wat betekent zijn dood? Ik kan me voorstellen dat het gevoel van gerechtigheid de Amerikanen opgetogen maakt (hoewel de “USA, USA” spreekkoren een ver van mijn bed show zijn). Osama Bin Laden was het brein achter de aanslag die een van de grootste trauma’s zou worden in de geschiedenis van de schijnbaar onaantastbare Verenigde Staten. Vrij van de angst voor terroristische aanslagen zal de (westerse) wereld voorlopig echter niet zijn.

Verscheidene bronnen hebben de laatste jaren laten weten dat de praktische invloed van Osama Bin Laden binnen Al Qaida niet groot meer was. Zijn figuur speelde eerder een symbolische, motiverende rol. Als dat waar is zal zijn dood het verschil niet maken. Het viel me dan ook op dat Rutte meteen benadrukte dat de terrorismedreiging niet geweken was. Integendeel, in sommige landen is de waarschuwing voor terrorismedreiging juist verhoogd. Reuters en BBC melden zojuist dat de CIA verwacht dat Al Qaida zich vrijwel zeker zal wreken voor Osama’s dood.

Zaak van leven en dood door Anne



Er zijn drie soorten mensen. De mens die niet wil leven, de mens die niet dood wil, en de mens die daar zo’n beetje tussenin zit. De mens die niet wil leven, dat is duidelijk. Dat is degene die de NS voor de zoveelste keer noopt tot de cryptische omschrijving “de trein is in contact gekomen met een mens.” Om vervolgens de reizigers richting X te verzoeken zo vriendelijk te zijn verder te reizen via Y. Dit tot grote ergernis van iedereen die zo te laat op de plaats van bestemming komt. Veel gedachten aan de zelfmoordenaar zal men verder niet verspillen. Daarvoor blijft de gebeurtenis te abstract. En dat heeft de dader c.q. slachtoffer in Alphen a/d Rijn zich wellicht gerealiseerd. “Voor de trein springen?” overwoog hij misschien. “Nee, ik niet, dat is te afgezaagd, dat merkt geen hond. Ik ga het beter doen.” En zo geschiedde.

Maar vandaag ga ik het juist over die andere mens hebben. De mens die niet dood wil. De 90-jarige die vol goede moed aan een openhartoperatie (kosten 50.000 Euro) begint en er dan na afloop reuze spijt van heeft. Want het is niet niks zo’n ingreep. Sommigen worden niet eens meer wakker na een overigens geslaagde operatie. Een spuitje was goedkoper geweest.
Ja, dit verhaal gaat over geld. En over onze obsessie met onsterfelijkheid, over gebrek aan berusting, en over scheefgroei tussen de generaties.
Concreet wil ik het hebben over de wanverhouding tussen de onbeheersbare kosten van de gezondheidszorg enerzijds en het systematisch korten op het onderwijs en de jeugdzorg anderzijds. Simpel gezegd: het keer op keer oplappen van de oude medemens tegenover het ontmoedigen van de (intellectuele) ontwikkeling van de jonge medemens in een globaliserende wereld, waar de concurrentie op dat gebied juist steeds groter wordt. Straks eindigt onze jeugd nog als ongeschoolde arbeider in een mijn in China.
Terug naar de gezondheidszorg. Waarom rijzen de kosten hiervan zo de pan uit? Het grote probleem is de zorgplicht. Een woord, een begrip, dat het hele gezondheidszorg beleid in Nederland bepaalt. Zorgplicht betekent simpelweg dat wie zich ook aanmeldt - jong, oeroud, gezond of halfdood - je behandelt optimaal. Doe je dat als arts niet, dan heb je zo een proces aan je broek.

Wat betekent dit in de praktijk?

Gefeliciteerd Simone!



De redactie wenst onze gastblogger 

Simone Olsthoorn

een hele fijne verjaardag en een lang, gelukkig en inspirerend leven toe!

Osama Bin Laden, een persoonlijke overpeinzing door Renée


Het is augustus 1974. Ik bewonder de twee torens van het World Trade Center, die net een jaar geleden zijn voltooid. New York City is de mooiste en boeiendste stad van de hele wereld, vind ik. Vol ontzag loop ik er rond. Ik kijk mijn ogen uit en geniet met volle teugen van dit man-made mountain landscape.

Het is 11 september 2001. Ik bekijk en passant op TV een trailer van een film, althans dat denk ik. Er wordt een onwaarschijnlijke aanval gepleegd op de Twin Towers en ik verwacht na enkele momenten de opmerking ‘binnenkort verwacht in de bioscoop’ op het scherm te zien verschijnen. Het perfecte concept voor een gruwelijke actiefilm blijkt werkelijkheid. Shock en ongeloof.

Het is november 2004. Met mijn dochter Simone breng ik voor de tweede keer in mijn leven een bezoek aan New York, deze keer om met een aantal Amerikaanse vriendinnen een hoop plezier te hebben. Ik sta met mijn vriendin Julie aan de andere oever van de Hudson en bewonder de skyline van New York City. Ik vraag haar naar haar gevoelens van toen. Ze kan ze niet onder woorden brengen zonder te huilen. Nu ik er weer aan denk, schieten ook bij mij weer de tranen in de ogen. Haar echtgenoot werkt in dat deel van de stad bij een bank. Hij kwam gelukkig ongedeerd thuis, zo niet een aantal bekenden van hen. Het is bizar om die skyline die ik precies dertig jaar ervoor ook zo heb bewonderd, zo ingrijpend veranderd te zien.

Het is 2 mei 2011, de zesentwintigste verjaardag van mijn dochter. Met die vrolijke gedachte word ik wakker, maar ik hoor tegelijk het nieuws dat Osama Bin Laden gevonden is en gedood. Iets waarvan ik niet had gedacht – en velen met mij - dat het ooit nog zou gebeuren.