Oh, oh, Den Haag. Mijn mooie stad achter de duinen. Hoe komt het toch dat wethouders jouw aandoenlijke kleinschaligheid niet lijken te waarderen? Waarom moet deze kneuterig aandoende en hierdoor juist zo bijzondere Gravenstad – tot eind achttiende eeuw officieel een dorp – toe naar de eenheidsworst die “metropool” heet? Waarom moet ik toch altijd aan Calimero denken als ik hier om me heen kijk?
Als ik door mijn stad fiets, raak ik afwisselend vervuld van een gevoel van gelukzaligheid en een van moedeloosheid dat mij meewarig het hoofd doet schudden. Als ik langs de Bijenkorf stuif, krullen mijn lippen als vanzelf in een glimlach. Ik geniet als ik over de steentjes op het Binnenhof hobbel en opkijk naar de Ridderzaal, dat schattige kasteeltje. Ik ben zielsgelukkig als ik bij windkracht vijf de havenhoofden oploop de onstuimige zee in, langs stoere vissers die de elementen altijd weer trotseren.
Maandenlang heb ik me geërgerd toen het plein voor Den Haag Centraal een groot, gapend gat was, omdat er weer een nieuw, megalomaan project uit de grond had moeten verrijzen. Ik wind me op als ik opkijk naar het Strijkijzer – een prachtig appartementsgebouw, maar broeinest van criminaliteit vanwege de absurd gekozen locatie. Verreweg de meeste gefronste blikken kunt u van mij echter verwachten in Chinatown, een verzamelbegrip voor twee armetierige straten met Chinese negoties die door de gemeente worden beschouwd als belangrijke toeristische trekpleister.
Het college van B en W zal de afgelopen decennia wel gedacht hebben: ‘Den Haag, Internationale Stad van Vrede en Recht… Daar hoort een metropolitisch sausje overheen!’ Vervolgens heeft het college een lijstje gemaakt, dat het in de loop der jaren aan het afvinken is:
- ‘Metro onder de grond – twee haltes in een tramtunnel tellen toch ook? Zeker als Rem Koolhaas ze ontwerpt! Check.
- Wolkenkrabbers – de leegstand van kantoren kan oplopen tot 30%? Doet er niet toe, dat zie je vanaf de snelweg niet. Check.
- Chinatown – twee straten, geteisterd door de Chinese maffia? Gooi er een paar leuke straatnaambordjes en lampionnetjes tegenaan en niemand die het doorheeft. Check.’
Met de “metro” en de “wolkenkrabbers” kan ik leven. Goed, ze hebben meer gekost dan ze zullen opleveren, maar de tramhaltes zijn erg mooi geworden en lijken bovendien hufterproof. En op een mooie, zonnige dag is het vanaf de historische Vijverberg aardig om te zien hoe de moderne hoogbouw uitsteekt boven het oude Binnenhof. Maar het ‘grootstedelijke concept’ waar ik me echt nooit mee zal kunnen verzoenen, is “Chinatown”. Ik houd niet van Chinees eten, heb een hekel aan rode lampionnetjes en ik vind Chinese architectuur al helemaal niet interessant, tenzij ze in China staat. Ik zal de laatste druppel ergernis die de Chinatownemmer deed overstromen nader toelichten:
De Grote Marktstraat blinkt niet uit in bijzonder aantrekkelijke architectuur. De winkelstraat die eveneens grootstedelijke allure had moeten uitstralen, bestaat voor het grootste deel uit diverse misbaksels uit de decennia vanaf de jaren zeventig. Een aantal panden steekt hier positief bij af, waaronder De Volharding uit 1927, een prachtig staaltje architectuur van de Nieuwe Zakelijkheid. En natuurlijk de Bijenkorf, bij de opening niet voor niets omschreven als ‘Het paleis der levensvreugde’.
U kunt zich wellicht mijn verbazing voorstellen, toen ik pal naast dit vreugdevolle paleis plots twee betonnen palen zag verrijzen. De gemeente Den Haag bleek een aantal Chinese handwerklui – in blauwe overalls, met gele helmpjes – te hebben ingevlogen, die in no-time twee “authentieke” Chinese kolossen van poorten produceerden om de in- en uitgang van Chinatown te markeren. Nu vind ik deze poorten op zich al geen feest voor het oog, maar het feit dat één van de twee pal naast mijn lieveling, de Bijenkorf, is geplaatst, is mij een doorn in het oog. Dat deze daarnaast ook nog eens de grootste trekpleister van het centrum schijnt te zijn geworden, vind ik zo mogelijk nog verschrikkelijker. Er gaat geen dag voorbij, of ik zie opgetogen toeristen en dagjesmensen foto’s van het monster maken.
Nu is de grote vraag: wat vind ik eigenlijk erger? Het feit dat het uitzicht op de Bijenkorf in mijn ogen is verpest? Of het feit dat de doelstelling van de gemeente (Chinatown als toeristische trekpleister) gehaald lijkt te zijn? En vervolgens: maakt mij dit een irritante zeur?
[Simone Olsthoorn is historica en journalist en verknocht aan Den Haag]
[Simone Olsthoorn is historica en journalist en verknocht aan Den Haag]

Bijzonder herkenbaar en helemaal mee eens, behalve dan dat ik juist heel erg van Chinees eten houd, althans de échte Chinese keuken.
BeantwoordenVerwijderenJij hebt als Haagse soms een Calimero 'Erlebnis' terwijl ik, als ik door mijn wijk wandel, het gevoel krijg dat Den Haag ernstig lijdt aan een schizofrene vorm van 'verantonpiecking'.
Enerzijds wil de stad mee in de vaart der volkeren en rijzen er inderdaad gigantische kantoorcomplexen op, zoals het nieuwe gebouw van het Internationaal Strafhof, anderzijds - aan de overkant van genoemd gebouw - heerst er een merkwaardige nostalgie die B&W heeft doen besluiten overal in het Statenkwartier retrolantaarnpalen te plaatsen, waarbij je eerder een olielampje in de kap verwacht dan een energielamp!
Ja, er wordt inderdaad op twee benen gehinkt in Den Haag: meedoen met de groten en een terugkeer naar datgene waarvan Louis Couperus deel uitmaakte. :-)
Renée