zaterdag 23 april 2011

Rancune... door Renée



My temper would perhaps be called resentful…’

…aldus Mr Darcy in Jane Austen’s Pride and Prejudice als antwoord op Elizabeth Bennet’s sarcastische vraag of hij inderdaad ‘a man without fault’ is.

Uiteindelijk blijkt Mr Darcy zichzelf schromelijk te kort te doen. Hij is namelijk allesbehalve rancuneus! Hij slikt zijn verontwaardiging om het blauwtje dat hij bij Elizabeth Bennet heeft gelopen in en redt haar familie ‘sans rancune’ - en zonder de bedoeling zich erop te laten voorstaan - van de ondergang…

Geen wonder dat hij een van mijn literaire helden is, want ik heb een bloedhekel aan rancuneuze mensen. Rancuneuze mensen zijn in staat je jaren na dato nog een of andere faux pas - hoe triviaal ook – voor de voeten te gooien. Te pas en te onpas blijven ze je iets inpeperen, waarvan je zelf eigenlijk allang bent vergeten hoe het ook alweer zat. Soms sta je versteld van de energie die mensen steken in het onthouden en eindeloos herhaald uiten van alles wat hen ooit is aangedaan en door wie.

Naast de extreme gevallen die erop los gaan schieten als het hun te veel wordt, of in hun frustratie een hele bevolkingsgroep verkettert en beschimpt, putten rancuneuze mensen uit een schier eindeloze bron van methoden om hun wrok en verbittering tot uitdrukking te brengen: ze zetten hun slachtoffers publiekelijk voor schut, ze verspreiden roddel en achterklap en deinzen er niet voor terug regelrechte leugens te verkopen om anderen tegen hun slachtoffer op te zetten. En dat alles met het doel te kwetsen, te intimideren, kortom om het voorwerp van hun frustratie klein te krijgen en/of zich hevig schuldig te laten voelen. Hieruit put de rancuneuze mens zijn twijfelachtige vreugde, en het enige echte vermaak voor hem is leedvermaak.

Maar…

…het komt ook voor dat een niet-rancuneus mens een zekere wrok koestert als resultaat van een unfaire behandeling waaronder alleen hij in stilte lijdt, zónder zijn frustratie op een ander bot te vieren. Simpelweg vanwege het feit dat hij niet bij machte is het ongenoegen op het juiste moment, spontaan tot uitdrukking te brengen.

Zo’n twintig jaar geleden viel mijn dochter, toen bijna zes, op een akelige manier van haar fietsje in het park. Haar kin lag helemaal open – gruwelijk - maar aangezien ze meteen op haar beentjes stond, had ze gelukkig niets gebroken, in ieder geval niet haar nek of benen. Ik liet haar fietsje voor wat het was en tilde haar op mijn fiets, samen met haar broertje van vier, om zo snel mogelijk naar de EHBO van het ziekenhuis te kunnen gaan dat – een geluk bij een ongeluk – vlakbij was.

Aangekomen werd ons een zitplaats in de wachtkamer gewezen. De hevig bloedende en huilende kleuter en haar niet minder hevig bevende moeder kregen een glaasje water. Zoonlief hield zich muisstil. Hij begreep feilloos dat aandacht trekken nu even not done was. Nadat de wond was gehecht, konden we naar huis. Ondertussen had een dame, die alles had zien gebeuren vanuit het raam van haar appartement, naar het ziekenhuis gebeld om te vertellen dat ze het fietsje naar binnen had gehaald. Al met al een goede afloop van een bijzonder nare gebeurtenis…

Een jaar later fiets ik met mijn zoontje langs het bewuste park. Er ontspint zich het volgende gesprek:

“Daar is Moontje gevallen, hè, mama?”

“Ja, schatje, dat was daar.”

“En toen moesten we naar het ziekenhuis, hè?”

“Ja, toen moesten we naar het ziekenhuis.”

“Ik had ook water gewild.”

Copyright, Renée O, 2011

2 opmerkingen:

  1. Ik vind het een lief / vertederend verhaal. Het heeft wel een diepe indruk op zoonlief gemaakt.
    Groeten,
    Aldert

    BeantwoordenVerwijderen
  2. En zijn opmerking maar liefst een jaar later heeft veel indruk gemaakt op mij, Aldert.
    gr. Renée

    BeantwoordenVerwijderen